maandag 9 november 2009

3/11(toearegdorpen, Tassili du Hoggar) en 4/11 (Youfahakit en Tahaggart)

Dinsdag 3/11: zonsopgang. Erwin gesluierd om de scherpe wind te kunnen trotseren. Assekrem kan door zijn hoogte (2800m) het hele jaar door bezocht worden. Een zekere pater Charles de Foucauld verbleef er 5 maanden. We bezochten de bibliotheek die hij achterliet.
Na een kwartier pogen blijft de motor pruttelen en begint de afdaling. Op naar Tassili du hoggar. Bij elke bocht kijk ik nog steeds verwonderd op. Als een kind in de Efteling wil ik iedere keer:"Kijk hoe mooi! Mooi hé!" roepen. De bergen worden kleiner en er is steeds meer geel zand te zien, vervolgens bergen die met zand bedekt zijn, grote zandvlaktes en zandduinen.

We stoppen in de laatste twee Toearegdorpjes (Ararna en Hindalic) om water in te slaan. De kinderen komen op de auto af als vliegen op stroop. Lieve kinderen, maar de communicatie gaat niet verder dan wat gebaren, ze spreken enkel het Tamasheq. In één dorpje staat in het midden een groot dak met allemaal zonnepanelen. In het andere komt de electriciteit nog toe.
Ongelooflijk maar waar, de hele reis slagen de gids en de kok erin om een schaduwplekje voor het middagmaal te zoeken. De gids maakt plaats vrij voor het kleed. De kok schikt het eten (koken doet hij 's morgens en 's avonds) op de schotels.
Onderweg naar onze slaapplaats stoppen we een aantal keer om hout te verzamelen voor de thee, want in Hoggar is er niets, geen water, geen hout.
We beseffen hoe oneindig groot de wereld is met zijn uitgestrekte zandvlaktes en grote stenen. Onooglijk klein vinden wij in die immense natuur geborgenheid.

Het comfort neemt steeds af. We slapen niet meer in bedden maar op matrassen, daarna in een tent en uiteindelijk in open lucht. De eerste nacht zien we nog een wc, nadien moeten we zelf een putje graven. Ik besef voor het eerst in mijn leven dat het een luxe is om voor het eten je handen te kunnen wassen. Een week zonder stromend water. Als ook onze eigen drankvoorraad (flessen water) opgeraakt weten we weer wat dorst hebben is.

4/11: Erwin voor de eerste poort van Tassili Hoggar, een bergketen met een aantal plateaus. We worden moe, krijgen dorst. Het Tassili is een plateau waar het extra warm is omdat er geen zuchtje wind staat. Overdag hebben we ook steeds eenzelfde vlak zicht. De stopplaatsen zijn wel mooi. 's Middags stoppen we in Youfahakit dat omgevallen steen betekend, in sommige stenen staan gravures. Als we ernaar toe rijden lijkt de einder echt het einde van de wereld. 's Avonds slapen we in openlucht aan de voet van een zandkasteel. Als we niet kunnen slapen, kunnen we letterlijk de sterretjes tellen. Tahaggart heet die plaats. Het doet me denken aan Egypte, met zijn pyramides. Hier werden de kastelen door de natuur in het zand gepland.

Geen opmerkingen: