zondag 27 december 2009

woensdag 2 december 2009

Aït

Vrijdag, mijn laatste dag, was het Aït el Fidr, ginder gewoon Aït genoemd (uitgesproken: hajiet). Hoe groter en gekrulder de hoorns, hoe duurder het schaap.
Eerst was er het zingend bidden van alledag (tegen half 6), dan gingen de mensen hun schapen halen en werd er met de schapen gebeden en de schapen geslacht. Dit slachten verliep erg beheerst en rustig. Je voelde er de gemeenschapgeest. Toen ik naar de luchthaven reed hingen aan elke paal of bushokje wel een gevild schaap.

afscheid

Het laatste avondmaal in 'Solb' was heel erg gezellig. Een buurvrouw (Française) maakte everzwijn klaar. Ik had koekjes gebakken. De Syrische koekjes (in het midden van het bord) vielen het meest in de smaak, maar zijn het meeste werk.

Wat heb ik geleerd:

  • Algerije is een mooi land met prachtige landschappen en een fijn klimaat aan de zee.
  • Er zijn veel mooie dingen, maar weinig tot niets is echt afgewerkt, jammer.
  • Er is veel goodwill in de menselijke relaties. Mensen zijn erg warm, een beetje zoals het weer. Ik heb enkel vriendelijke Algerijnen ontmoet.
  • Er heerst een 'groepgeest' die je ziet bij het offerfeest, de voetbal.
  • Algerijnen kunnen veel lawaai maken (bidden, dansen, zingen).
  • Naar het systeem, de staat is er een grote gelatenheid.
  • Alles in dit land wordt verklaard als de wil van God: Inshall ah (als God het wil, of zoals wij vroeger zeiden: als het God belieft). Ook gezondheid en ziekte wordt door velen als de wil van God ervaren.
  • T-shirts met lange mouwen hebben hun nut. Vroeger vroeg ik me altijd af waarom mensen in 's hemelsnaam lange mouwen zouden dragen als het warm is. Nu weet ik het, als bescherming. In de zomer tegen de zon, in het voor- en najaar tegen blikken van mannen die op straat rondhangen.
  • Er zijn veel mannen die met me zouden willen trouwen. Als ik daar over straat liep was de eerste vraag uit welk land ik kwam, de tweede vraag of ik van Algerije hield en de derde vraag of ik getrouwd was. Er waren heel wat mannen die graag naar Europa wilden.
  • Als westerse vrouw kijk je mannen beter niet aan op straat, dan geef je ze de toestemming tegen je te beginnen praten (en je dus ten huwelijk te vragen).
  • Vrouwen komen er vooral overdag buiten. Boodschappen doe ik dus overdag en niet na zonsondergang.

Voor mezelf heb ik ook een aantal dingen duidelijk gekregen, zoals: Ik vind logopedie nog steeds een heel fijn beroep. Ik ben dankbaar dat ik zoveel kansen heb gekregen in mijn leven en ook nu weer de kans heb gekregen om een nieuw land te ontdekken.